Kennedy: enkele dader of samenzwering?

0
jfk 3 WC Victor Hugo King

Foto: Victor Hugo King/Wiki Commons

Een halve eeuw na de moord op president John F. Kennedy, zijn er nog steeds vragen. Was er sprake van een eenmansactie? Of was het een samenzwering? Vuurde één man drie kogels af? Of waren er verschillende schutters die, alles bij elkaar, vier tot zes kogels afvuurden?

De officiële visie komt van de commissie onder leiding van opperrechter Earl Warren. Die oordeelde in september 1964 dat de moord het werk was geweest van één man, Lee Harvey Oswald. Die schoot driemaal vanuit een raam op de zesde verdieping van het Texas Schoolboekendepot op de hoek van Houston Street en Elm Street in Dallas. Het eerste schot was mis, het tweede raak en het derde dodelijk.

Als het eerste schot mis was en het derde dodelijk, moet de tweede kogel zeven wonden hebben veroorzaakt: in president Kennedy’s rug en keel, in gouverneur Connally’s rug, borst, pols (in), pols (uit), en dij.

Zeven wonden door één kogel? Onmogelijk! Nee, er moet vaker geschoten zijn, en niet alleen door Oswald. Kortom, een samenzwering. Dat is de visie van officier van justitie Jim Garrison in New Orleans. Over de strafzaak van deze aanklager tegen de zakenman Clay Shaw, in 1969, maakte regisseur Oliver Stone in 1991 de film JFK.

Stone laat zien hoe Garrison geïntrigeerd raakt door het feit dat Oswald zo vaak in zijn stad is gezien. De openbare aanklager gaat op zoek naar mensen die met Oswald omgingen. Zijn onderzoek mondt uit in een strafzaak tegen Shaw, een man met CIA-connecties die in het complot tegen Kennedy zou hebben gezeten. De jury spreekt Shaw vrij, maar aan het slot van de film laat regisseur Stone hoofdrolspeler Garrison aan de jury uitleggen wie er werkelijk achter de moord zaten: niet de zielepoot Oswald, maar de CIA, de FBI, het Pentagon, de maffia, de wapenindustrie en zelfs vice-president Lyndon B. Johnson. Kortom, een staatsgreep.

Ene David Dreitzes was 22 jaar oud toen hij Stone’s film zag. JFK maakte op hem een verpletterende indruk. Heilig geloofde hij in de samenzwering.

Dreitzes, die tot 1991 bijna niets over de moord op Kennedy wist, stortte zich op alles wat hij over het onderwerp te pakken kreeg. Duizenden uren stak hij in zijn studie, die voortduurt tot op de dag van vandaag. Hij kwam tot nieuw inzicht. Stone viel van zijn voetstuk. Dreitzes, inmiddels 34 jaar oud en freelance schrijver in New York, telde minstens honderd fouten bij het natrekken van Stone’s samenzweringtheorie.

Oswald kan niet de enige schutter zijn geweest, aldus aanklager Garrison in JFK. Volgens de Warrencommissie zou Oswald drie keer hebben geschoten binnen 5,6 seconde. Zo snel is ondoenlijk.

In zijn film laat Stone iemand een geweer laden en drie keer schieten om te laten zien dat dat niet lukt binnen 5,6 seconde. Wie zijn stopwatch laat meelopen, ziet dat het wel lukt. Bovendien interpreteert Stone het Warrenrapport verkeerd. Daarin wordt gesproken van een tijdsspanne van maximaal 5,6 seconde tussen de twee schoten die Kennedy raakten. Als het tweede van de drie schoten mis was, volgt daaruit dat Oswald inderdaad drie keer heeft geschoten binnen 5,6 seconde. Als het eerste of derde schot mis was, had hij minstens 2,3 seconde meer tijd om te laden. Afgaande op de film die kledingfabrikant Abraham Zapruder van de moord maakte, concluderen onderzoekers dat Oswald ruim 8,6 seconde de tijd heeft gehad voor zijn drie schoten. Stone toonde in JFK onbedoeld aan dat 5,6 seconde al genoeg was.

Knappe kogel, smaalt Garrison over het tweede schot dat Warren noemt. De wonderkogel raakt Kennedy in de rug, richt zich op, komt via de keel naar buiten, wacht 1,6 seconde om na te denken, besluit rechtsaf te slaan en verwondt dan gouverneur Connally op vijf plaatsen. Als de kogel wordt gevonden, blijkt hij nagenoeg in nieuwstaat te verkeren.

De neerwaartse hoek waaronder de tweede kogel Kennedy trof, was niet 17 graden, zoals Stone beweert, maar 21,4 graden. Hou je er rekening mee dat Elm Street onder een hoek van 3 graden afloopt, dan kom je op een kogelinslag in de rug onder een hoek van circa 18,4 graden. De kogel hoeft zich niet op te richten om er bij de keel weer uit te komen. Dat het gat achterin het colbert van de president op foto’s aan de lage kant blijkt te zitten, komt omdat zijn jasje, terwijl hij in de limousine zat, achter bij de nek iets was opgestroopt, zoals te zien is op een foto die drie seconden voor het schot was genomen. Dat de kogel 1,6 seconde wachtte, is een opmerking die komt van mensen die een fout maakten bij de bestudering van Zapruders film: zij geloofden dat Connally pas op kader 236 werd geraakt. Aan het vooruitspringen van Connally’s colbert kun je zien dat hij tussen kader 223 en 224 werd geraakt. Dat de kogel vervolgens rechtsaf sloeg, slaat nergens op, of je moet bij het vaststellen van de baan van de kogel uitgaan van een foute situatietekening van auto en inzittenden. Moderne computersimulaties hebben uitgewezen dat, gegeven de posities van president en gouverneur in de limousine, de gewraakte kogel de beide mannen in een rechte lijn raakte vanuit het raam waarvoor Oswald zat. De overige kogelbewegingen die Stone noemt, zijn bij benadering correct. De bewering dat de kogel ten slotte vrijwel onvervormd uit de dij van Connally viel, is onzin. Het projectiel was verbogen, afgeplat aan zwel de onderkant en als één zijkant. Aan de onderzijde puilde het lood eruit.

Garrison stelt in JFK dat de kogel die Kennedy in de keel trof, van voren kwam. De schutter moet achter de houten schutting op de Dealey Plaza hebben gestaan.

Schrijver Gus Russo, aanwezig bij de opnamen van JFK, schrijft dat een schutter die achter de houten schutting staat, pas zicht krijgt op de limousine als de auto aankomt op de plek waar de president in zijn hoofd werd geraakt. Het schot in de keel trof Kennedy vroeger, op een moment dat de limousine zich, voor een toeschouwer achter de schutting, bevond achter verkeersborden en een witte muur. Bovendien stonden er mensen langs de straat, dus om Kennedy in zijn keel te raken had een schutter vanachter de houten schutting dwars door de witte muur, de verkeersborden en het publiek moeten schieten.

Op enkele meters afstand van de schutting stond, op een verhoging, Zapruder te filmen, met aan zijn zijde zijn receptioniste Marilyn Sitzman. Russo vroeg Sitzman naderhand of er misschien iemand achter de schutting had staan schieten. Sitzman: “Dat is absurd. Ik stond er maar een paar meter vandaan en ik heb niets verdachts gehoord of gezien.” Een parlementaire commissie concludeerde, op basis van akoestisch onderzoek in 1978, dat er een vierde schot moest zijn afgevuurd vanaf het talud. Later onderzoek wees echter uit dat het geluid op de onderzochte band geen geweerschot was. Bovendien bleek dat de gebruikte microfoon zich op het opnametijdstip niet op de Dealey Plaza bevond en dat de opname een minuut na de moord was gemaakt.

Volgens Stone raakte de vijfde kogel Kennedy van rechts en van voren in het hoofd. Het hoofd van de president sloeg immers achterover en naar links.

Kennedy’s hoofd sloeg bij de inslag van de kogel niet achterover. Dat zie je als je de film van Zapruder kader voor kader bekijkt. Tussen de kaders 312 en 313 zie je dat Kennedy’s hoofd in een snelle beweging eerst bijna zes centimeter naar voren schiet, en dat het pas daarna, vanaf kader 314, met toenemende snelheid achterover klapt.

Bovendien werd de president niet naar links geworpen, waar zijn vrouw Jacqueline zat. Hij draaide alleen maar linksom, tegen de wijzers van de klok, terwijl hij recht naar achteren viel. Als Kennedy van rechts, dus vanaf het talud, was geraakt, zoals Stone beweert, had de kogel bij het verlaten van zijn hoofd de linkerkant aan stukken geblazen. Er zijn daar geen verwondingen aangetroffen.

De wilde beweging van Kennedy’s lichaam nadat hij in het hoofd was geschoten, waaruit Stone de richting van de kogel vaststelt, kwam niet door de inslag van de kogel. De kracht van een inslag is – een natuurkundeleraar kan het uitleggen – nooit groter dan de kracht waarmee de kogel het geweer verlaat. Een schutter zou, als die kracht een getroffene omverwerpt, bij het schieten ook van zijn sokken worden geblazen. Dat een kogel een lichaam wel binnendringt en een geweerkolf niet, komt omdat een kogel klein is, terwijl een kolf een groot oppervlak heeft. Vergelijk het met een mes: het lemmet snijdt, maar het handvat niet. De wilde beweging komt door een lichamelijke reactie, een reflex. Als de dokter met een hamertje op je knie slaat, wipt je been niet op door de stootkracht van het instrument, maar door een lichamelijke reflex.

David Dreitzes hoopt dat zijn bevindingen andere mensen minder lichtgelovig helpen maken dan hij zelf ooit was. Zijn boodschap is: tuin niet in goedkope samenzweringstheorieën.

Maar wie is die Dreitzes precies? Wat zijn zijn ware bedoelingen? Wat drijft trouwens de schrijver van dit artikel? En lezer, wat voert u eigenlijk in uw schild?

________________________

Reageren kan op Facebook.

________________________

Dit verhaal stond eerder in dagblad De Gelderlander.

Delen >

Reageren